
Wie langs Amstel 216 loopt, ziet roodbruine tekens op de voorgevel. Het pand staat bekend als Het Huis met de Bloedvlekken. Tussen vreemde inscripties en tekeningen zijn de namen te lezen van Coenraad van Beuningen en zijn vrouw Jacoba Bartolotti. Of het werkelijk bloed is ā en of Van Beuningen het zelf aanbracht, zoals de stadslegende wil ā weten we niet.
Vast staat dat deze gevel wordt begrepen tegen de achtergrond van de laatste levensjaren van de oud-burgemeester. Geruchten over een aanslag op van Beuningens leven, een ongelukkig huwelijk en mislukte speculaties in VOC-aandelen vormen het raamwerk waarbinnen zijn ondergang en vermeende waanzin worden verklaard.
Op 20 oktober 1688 leek voor zijn vrouw Jacoba de maat vol. Zij liet haar man onder curatele stellen en kreeg grotendeels de zeggenschap. De verhalen die daarna over Van Beuningen circuleren, zijn vooral afkomstig uit haar nabije kring. Jacobaās neef, Constantijn Huygens junior, noteert in zijn dagboeken hoe Coenraad haar uitschold, uit bed joeg en zij in een hoekje smeekte: āey mantje, laet me doch levenā. Later zou hij door het huis hebben gelopen āmet een gloeyende tangh ⦠seggende, daermede sijn vrouws keel te willen toenijpenā. Het zijn deze scĆØnes en roddels die het publieke beeld van hem vormde.

“Dat hij den volgende dagh met een gloeyende tangh van boven was gekomen, seggende daarmede zijn vrouw keel te willen toeknijpen.”
27 maart 1693 / uit het dagboek van Constantijn Huygens jr.
Opvallend is dat bij de interpretatie van die vermeende melancholie en bloedvlekken Van Beuningenās eigen stem vaak ontbreekt. In een brief aan zijn neef uit november 1688 schrijft hij dat hij, in de drie dagen voor de curatelestelling, tegen zijn wil medisch werd behandeld. Bloed werd uit zijn rechterarm afgetapt en er volgde een aderlating van zijn voet. Daarnaast beschrijft hij hoe deuren in zijn woonhuis van buiten werden dichtgespijkerd āmet ruwe plancken ende ysere krammenā, hoe luiken werden afgestopt om hem het āuytsightā te ontnemen en hoe ƩƩn man hem in bedwang hield, āals of hy Samsons kraghten haddeā. Hij presenteert dit als bewijs dat hij zich niet vrij kon verdedigen.
Tel daarbij op dat Jacoba juridisch in aanvaring komt met Coenraads voormalige bedienden, bij de boedelverdeling bijna slaags raakt met de notaris en jarenlang procedeert tegen erfgenamen om de nalatenschap. Dan laten de bronnen ruimte voor een andere lezing dan krankzinnigheid. Een die zelden is overwogen⦠Het huis aan de Amstel blijft zo eeuwen later vragen oproepen.
Dit artikel is gepubliceerd in de Binnenkrant 2.0 van juni 2026.

Portret burgemeester Coenraad van Beuningen (1675)
Caspar Netscher / Staten Museum for Kunst
