
Midden op het Spui staat een bronzen straatjongen met zijn handen uitdagend in zijn zij: ‘Het Lieverdje’. Hij is klein van stuk, maar groeide uit tot een van de bekendste beelden van Amsterdam.
Een straatjongen met een gouden hart
De naam ‘Lieverdje’ ontstond niet bij de beeldhouwer, maar in de krant. Journalist Henri Knap gebruikte het woord in 1947 in zijn rubriek Amsterdams Dagboek in Het Parool. Hij schreef over een jongen van ongeveer tien jaar die een hondje uit de gracht had gered. Er volgden meer verhalen over zulke Amsterdamse lieverdjes, straatjongens die kattenkwaad uithaalden, maar op het beslissende moment lieten zien dat hun hart op de juiste plaats zat. Zo ontstond het beeld van een ondeugend, brutaal en tegelijkertijd behulpzaam Amsterdams jochie.
In 1959 kreeg dat denkbeeldige jongetje een gezicht. Sanny Hemerik, organisator van festiviteiten en kinderspelen, nam het initiatief voor een beeld. De Amsterdamse kunstenaar Carel Kneulman maakte een gipsen straatschoffie dat op 2 mei 1959 op het Spui werd onthuld. Kneulman vertelde later dat hij bij het ontwerpen aan zichzelf als jongetje had gedacht. Hij zwierf vroeger graag door Amsterdam en stelde zich Het Lieverdje voor als een kind dat op een sokkel was geklommen. Van daaruit kon hij bekijken of er tussen alle geparkeerde auto’s nog ergens ruimte over was om te spelen.
Te weinig geld voor brons
Een beeld van gips is niet gemaakt voor een lang leven in de Amsterdamse buitenlucht. Er moest daarom een duurzamere bronzen versie komen. Henri Knap vroeg zijn lezers om geld, maar de inzameling bracht onvoldoende op. Via een relatie bij de Rotary kwam Knap vervolgens terecht bij de Crescent-sigarettenfabriek in Eindhoven, bekend van het merk Hunter. Het bedrijf was bereid de ontbrekende rekening te betalen.
Op 10 september 1960 werd het bronzen Lieverdje onthuld door Emma van Hall-Nijhoff, de vrouw van de Amsterdamse burgemeester Gijs van Hall. Daarmee had de stad haar monument voor de Amsterdamse straatjeugd. Dankzij een sigarettenfabrikant.
De antirookmagiër
Dat laatste detail leek aanvankelijk niet meer dan een voetnoot. Tot Robert Jasper Grootveld op het Spui verscheen. Grootveld voerde al enige tijd strijd tegen wat hij de ‘consumptieverslaafde mens’ noemde. Vooral de tabaksindustrie moest het ontgelden. In de stad kalkte hij een grote letter K op sigarettenreclames. De ‘K’ stond voor kanker.

In 1964 begon hij op zaterdagavond bijeenkomsten rond Het Lieverdje te organiseren. Dat juist dit beeld met tabaksgeld was betaald, maakte de plek voor hem onweerstaanbaar. Gehuld in opvallende kleding hield hij er theatrale redevoeringen, stak vuur aan en riep bezweringen als ‘uche, uche, uche’ en ‘Klaas komt!’ De bijeenkomsten trokken nieuwsgierigen, kunstenaars en jonge Amsterdammers. Ook de politie kwam kijken en greep regelmatig in. Dat leverde precies het spektakel op waarop Grootveld leek te hopen. Hoe steviger het gezag reageerde, hoe meer mensen naar het Spui kwamen.
Toen in 1965 de beweging Provo ontstond, sloten de provo’s zich bij de happenings aan. Zij maakten van provocatie een politieke methode. Met speelse acties wilden ze het gezag verleiden zichzelf voor schut te zetten. Rond het kleine beeldje ontstond zo een strijdtoneel tussen jongeren en politie.
De happenings verdwenen eind 1966 van het Spui, maar Het Lieverdje raakte zijn nieuwe betekenis niet meer kwijt. Het beeld was niet langer alleen een eerbetoon aan de Amsterdamse straatjongen, maar ook een symbool van het opstandige en vrijzinnige Amsterdam van de jaren zestig. Zo kreeg het brutale jochie op zijn sokkel uiteindelijk precies het karakter dat Henri Knap ooit aan zijn lieverdjes had toegeschreven.
Beeldmateriaal
- Hoofdfoto: Amsterdamse ‘lieverdjes’ kijken naar de onthulling van het Lieverdje (1960) – ANEFO / Nationaal Archief
- Provo beweging met manifestatie bij het Lieverdje op het Spui (1966) – ANEFO / Nationaal Archief
