
Vier rijen dik staan de mensen langs de Oudeschans. Ze turen naar de overkant, rekken zich uit en wachten tot iemand iets ziet. Dan klinkt er een kreet. Daar! Meteen wijzen anderen dezelfde kant op. Wie achteraan staat, probeert tussen de hoofden door een glimp op te vangen. Het is oktober 1833 en Amsterdam heeft iets nieuws om over te praten. Op de Oudeschans zouden spoken dansen. Niet ergens diep in de nacht, wanneer bijna iedereen slaapt, maar gewoon kort na zonsondergang. Je kunt er dus na het eten nog even langs.
Een avondje griezelen aan de gracht
‘Hebt gij de spoken reeds gezien?’ Met die vraag opent het Algemeen Handelsblad zijn verslag van de drukte. De verschijningen houden de gemoederen inmiddels ruim een week bezig. Wie rond half acht aankomt, moet moeite doen om nog een goede plek te vinden. Jong en oud, rijk en arm komen kijken. Niet iedereen gelooft in geesten, maar blijkbaar is ongeloof geen reden om thuis te blijven.
Op 17 oktober was de verslaggever van het Algemeen Handelsblad zelf gaan kijken. Bij de Snoekjesgracht hoort hij plotseling iemand roepen: ‘Kijk, daar is er een!’ De mensen om hem heen raken opgewonden. ‘Net als gesluierde dames!’ De journalist kijkt naar de overkant. Hij gebruikt zelfs een toneelkijker, maar ziet geen geesten. Wel ziet hij vrouwen uit de nabijgelegen Batavierstraat in lichte of witte jasjes langs het water lopen. Sommigen dragen een mandje om boodschappen te doen.
Zouden gewone voorbijgangers in het schemerlicht dus voor spoken worden aangezien? Voor deze verslaggever levert het bezoek in ieder geval geen bewijs van iets bovennatuurlijks op. Na een uur vertrekt hij. Hij heeft vooral mensen gezien die graag iets willen zien, naast anderen die de hele vertoning voor een grap houden.
Toerist in eigen stad
Dat nuchtere verslag uit 1833 is niet het verhaal dat in alle latere herinneringen blijft hangen. Bijna een eeuw later, in 1930, haalt een krantenartikel de geschiedenis opnieuw op. Volgens de aangehaalde herinneringen van H. C. Strik van Wijk verkopen straatventers eieren, augurken, koekjes en sigaren. Vrouwen lopen met gerookte bokking en sinaasappelen tussen het publiek. Aan de nieuwsgierigheid van de Amsterdammers valt te verdienen.
Strik van Wijk heeft jaren na de gebeurtenissen beschreven hoe hij met twee vrienden de stille kant van de gracht opzoekt. Wat hij zich herinnert, zijn geen vage witte vlekken. Hij vertelt over twee heren in het zwart, ieder met een dame aan de arm. Een van de vrouwen draagt een groene jurk, een zwarte hoed met roze linten en een groene parasol. Vervolgens komen er ruiters met getrokken sabels aan, alsof ze het gezelschap achtervolgen. Eén detail vindt hij bijzonder vreemd, want hij ziet geen voeten. Ook niet van de paarden. De figuren lijken te zweven.
Het verschil is opvallend. Waar de journalist in 1833 gewone vrouwen met boodschappenmandjes waarneemt, beschrijft deze later opgetekende herinnering een complete voorstelling. Dat hoeft niet over precies dezelfde avond of hetzelfde verschijnsel te gaan. Maar het maakt wel duidelijk waarom de bronnen zich niet tot één sluitend verhaal laten samenvoegen.
Toverlantaarn?
Al snel worden verklaringen gezocht in licht en projectie. Een toverlantaarn, waarmee afbeeldingen op beschilderde glazen kunnen worden geprojecteerd, lijkt een mogelijke manier om zulke verschijningen op te roepen. Ook een holle spiegel en gezichtsbedrog worden genoemd.
Volgens het artikel uit 1930 schrijft Jacob van Lennep de vertoning ruim dertig jaar later toe aan studenten met een toverlantaarn. Strik van Wijk vertelt een andere versie. Hij zou tussen de dakpannen van een hoog gebouw een donkerrood licht hebben ontdekt. Wanneer de schimmen bewegen, ziet hij ook beweging in dat licht. Zodra het licht verdwijnt, verdwijnen de spoken. Terwijl hij met zijn vrienden overlegt, komt een politiecommissaris vragen wat zij hebben waargenomen. Volgens Strik van Wijk ziet ook de commissaris voldoende om te besluiten dat het afgelopen moet zijn met de vertoning. De volgende avond ligt er een bootje met agenten in de gracht.
In zijn relaas brengt de politie vervolgens een bezoek aan een pakhuiszolder aan de Houtkopersgracht. Daar zou de zoon van een Engelse handelaar in zadelwerk met een krachtige toverlantaarn de verschijningen hebben veroorzaakt. Het apparaat had hij uit Engeland meegenomen. Er zou proces-verbaal zijn opgemaakt, waarna het Engelse gezantschap tussenbeide kwam en de zaak in de doofpot verdween.
Het is een prachtige ontknoping, compleet met een ontdekking, politieoptreden en diplomatieke bemoeienis. Toch verdient die versie enige voorzichtigheid. Het gaat om een later opgetekende herinnering, opnieuw aangehaald in een krantenartikel uit 1930. Dat artikel presenteert de spokendans als een opgelost raadsel, maar de aangehaalde verhalen verschillen over zowel de verschijningen als de mensen die erachter zouden zitten.
Spokendansgracht
Uiteindelijk neemt de drukte langs de Oudeschans af, maar het verhaal blijft rondgaan. Volgens het artikel uit 1930 wordt de stille, oostelijke kant van de gracht nog tot in de tweede helft van de negentiende eeuw ‘de Spokendans’ genoemd. De verschijningen zijn verdwenen, hun naam blijft hangen.
Misschien schuilt het succes van de spokendans wel in iets wat de verslaggever in 1833 al opmerkt. Ook wie niet in spoken gelooft, komt kijken. Je hoeft niet overtuigd te zijn om nieuwsgierig te worden. Want thuisblijven terwijl heel Amsterdam erover praat? Dan liever zelf even kijken!
Zelf mee op spooktour in Amsterdam?
De spokendans op de Oudeschans is onderdeel van onze wandeling Duister Amsterdam: legendes, geschiedenis & spookverhalen. Onderweg vertellen we meer over de mysterieuze kant van de stad en onderzoeken we wat de historische bronnen over deze verhalen prijsgeven.
Bronnen
- Algemeen Handelsblad, 17 oktober 1833 — verslag over de spookverschijningen op de Oudeschans.
- De Courant: Het Nieuws van den Dag, 15 januari 1930 — ‘Spokendans op de Oude Schans. Amsterdam in rep en roer’.
- Tekening: Bob Foulidis
